icon-hamburger-5 icon-close-2

Uw bedrijfsgeheimen beter beschermd

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
bedrijfsgeheimen

Ondernemingen investeren in het verkrijgen, ontwikkelen en toepassen van know-how en informatie, de twee kernelementen van de kenniseconomie. Deze investering in het ontwikkelen en toepassen van intellectueel kapitaal is bepalend voor hun concurrentievermogen en hun met innovatie verbonden prestaties op de markt. In wezen zijn er twee manieren om het resultaat van hun met innovatie verbonden prestaties toe te eigenen, met name via het intellectueel eigendomsrecht (octrooien, modellen, kwekersrechten, auteursrechten e.d.m.) of door het afschermen van de toegang en het benutten van de kennis die waardevol is voor de onderneming en niet algemeen bekend is. Dergelijke waardevolle know-how en bedrijfsinformatie, die niet openbaar gemaakt zijn en bedoeld zijn om vertrouwelijk te blijven, worden bedrijfsgeheimen genoemd.

Teneinde deze bedrijfsgeheimen beter te beschermen en een harmonisatie op Europees niveau te bewerkstelligen, is op 8 juni 2016 richtlijn nr. 2016/943 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte know-how en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan, tot stand gekomen. De Belgische wetgever heeft deze richtlijn omgezet in nationaal recht met de wet van 30 juli 2018 betreffende de bedrijfsgeheimen. Deze wet is in werking getreden op 24 augustus 2018.

De kern van de wet is ingevoegd in het Wetboek Economisch Recht onder Boek XI bij (maar naast) de intellectuele eigendomsrechten, hoewel het niet als een intellectueel eigendomsrecht wordt beschouwd.

De wet definieert een bedrijfsgeheim als informatie die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden :
a) ze is geheim in die zin dat zij niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
b) ze bezit handelswaarde omdat zij geheim is;
c) ze is door de persoon die rechtmatig daarover beschikt onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te houden.

Tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van andermans bedrijfsgeheimen kan door de nieuwe wet efficiënter worden opgetreden. Zo kan de rechtmatige houder van het bedrijfsgeheim tegen de inbreukmaker volgende maatregelen vorderen :
(i) de stopzetting of het verbod op het gebruik en de openbaarmaking van het bedrijfsgeheim,
(ii) een verbod om de inbreuk makende goederen (verkregen uit de schending van het bedrijfsgeheim) te commercialiseren,
(iii) terugroeping uit de markt en/of vernietiging van de inbreuk makende goederen,
(iv) afgifte en/of vernietiging van met het bedrijfsgeheim verband houdende stukken.
Vanzelfsprekend kan de inbreukmaker ook worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de houder van het bedrijfsgeheim.

De wet lijst daarbij een aantal criteria op die de rechter in aanmerking dient te nemen bij de sanctionering en die moeten leiden tot een evenwichtige en evenredige handhaving, zoals de waarde van het bedrijfsgeheim, de door de houder getroffen beveiligingsmaatregelen, de belangen van derden of het algemeen belang en de bescherming van de grondrechten. Hier werd vooral gedacht aan de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatie.

Zo voorziet de wet dat bij voorbeeld onderzoeksjournalisten en klokkenluiders niet op basis van een schending van de wet bedrijfsgeheimen vervolgd kunnen worden.

Procedure

De wet voorziet een centralisatie van de bevoegdheden voor de voorzitters van de rechtbanken van koophandel gevestigd in de zetel van een hof van beroep (Antwerpen, Brussel, Gent, Bergen en Luik).

Een van de redenen waarom in het verleden weinig zaken over schending van bedrijfsgeheimen bij de rechtbanken werden aanhangig gemaakt, was de vrees van de houders dat het bedrijfsgeheim nog minder geheim werd. De wet voorziet nu in een aantal waarborgen om de vertrouwelijkheid van een (vermeend) bedrijfsgeheim te bewaren. Zo zijn alle betrokkenen (partijen en hun advocaten, magistraten en gerechtelijk personeel, deskundigen, …) tot geheimhouding gehouden. De rechter kan bovendien

1° de toegang tot de documenten die bedrijfsgeheimen of vermeende bedrijfsgeheimen bevatten die de partijen of derden hebben ingediend, volledig of gedeeltelijk beperken tot de personen of categorieën van personen die hij aanwijst;
2° de toegang tot hoorzittingen waarin die bedrijfsgeheimen of vermeende bedrijfsgeheimen openbaar kunnen worden gemaakt, en tot de verslagen of afschriften van deze hoorzittingen, beperken tot de personen of categorieën van personen die hij aanwijst;
3° een niet-vertrouwelijke versie van rechterlijke uitspraken ter beschikking stellen waarin de delen die de bedrijfsgeheimen bevatten, zijn geschrapt of bewerkt.

Indien het geschil over de schending van het bedrijfsgeheim zich afspeelt in het kader van een arbeidsrelatie is de voorzitter van de arbeidsrechtbank bevoegd. In dit kader moet er worden op gewezen dat de nieuwe wet ook de Arbeidsovereenkomstenwet wijzigt en bepaalt dat de werknemer er zich van moet onthouden om, zowel gedurende de overeenkomst als na het beëindigen daarvan, een bedrijfsgeheim waarvan hij in de uitoefening van zijn beroepsarbeid kennis kan krijgen, op onrechtmatige wijze te verkrijgen, te gebruiken of openbaar te maken alsook geheimen in verband met persoonlijke of vertrouwelijke aangelegenheden, waarvan hij in de uitoefening van zijn beroepsarbeid kennis kan hebben, bekend te maken.

Er zijn veel gelijkenissen, vooral wat betreft de handhaving, tussen de regeling m.b.t. bedrijfsgeheimen en deze van de intellectuele eigendomsrechten, hoewel het bedrijfsgeheim strikt genomen geen intellectueel eigendomsrecht is. Sommigen noemen het bedrijfsgeheim een ‘nieuw quasi intellectueel eigendomsrecht’. Alleszins vloeit daaruit voort dat de procedure van beslag inzake namaak niet kan gebruikt worden om bewijs van een vermeende inbreuk te verzamelen en/of een vermeende inbreukmaker te ontmaskeren. Ook de in zaken van intellectuele eigendom toepasselijke hogere proceskostenveroordeling kan bijgevolg niet toegepast worden.

Voor meer informatie omtrent dit topic kan u terecht bij Axel Naeyaert.

Gerelateerd

De Banksy saga: is copyright for losers?

Het Europees Merkenbureau (EUIPO) velde op 14 september 2020 een interessante beslissing over het als Europees merk gedeponeerde iconische kunstwerk ‘De bloemengooier’. Dit was een…

Parallel import: wanneer wel en wanneer niet mogelijk?

Met parallel import wordt bedoeld het importeren uit een ander land van authentieke merkproducten door een verkoper die geen deel uitmaakt van het officiële distributie…