icon-hamburger-5 icon-close-2

E-mailloze vrijdag: wat met het (nieuwe) bewijsrecht?

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
bewijs

27 november 2020 is het de dertiende editie van e-mailloze vrijdag.

Werkgevers en werknemers worden verzocht om die dag geen of zo weinig mogelijk e-mails te versturen.

E-mails zijn echter niet meer weg te denken uit onze hedendaagse communicatie. Zij hebben de gewone brief in grote mate verdrongen en zijn veruit het meest populaire en gebruikte communicatiemiddel.

Maar wat is nu juist de bewijswaarde van een e-mail?

VOBIS Advocaten legt het graag voor u uit, dit in het licht van het nieuwe bewijsrecht.

Een overzicht doorheen de tijd

A) De situatie voor 1/11/2020

  • Wat burgerlijke zaken betreft:

    Luidens artikel 1341 van het (intussen oud) Burgerlijk Wetboek moeten alle verrichtingen boven 375,00 EUR bewezen worden door een akte, een ondertekend geschrift. Veel moderne communicatiemiddelen, waaronder een e-mail of een SMS, werden hierdoor als bewijsmiddel uitgesloten.
    Een e-mail of een SMS kon hooguit als een begin van schriftelijk bewijs worden beschouwd. Het betrof een onvolkomen of onvolledig bewijs, dat diende te worden aangevuld met andere bewijsmiddelen, zoals bv. een getuigenis of vermoedens.

  • Wat handelszaken betreft:

    In handelszaken was het bewijsrecht soepeler en in beginsel zelfs volkomen vrij, hetgeen impliceert dat een bewijs met alle bewijsmiddelen geleverd kan worden.
    Artikel 1348bis van het (oud) Burgerlijk Wetboek bepaalt uitdrukkelijk dat het bewijs tussen ondernemingen of tegen ondernemingen geleverd kan worden door alle middelen van recht, tenzij de wet anders bepaalt.

B) Sinds 1/11/2020: invoering van boek 8 in het Burgerlijk Wetboek

De wet van 13 april 2019 heeft een nieuw Burgerlijk Wetboek ingevoerd. Op 1 november 2020 trad het Boek 8 ‘Bewijs’ van dit nieuw Burgerlijk Wetboek in werking.
Een aanpassing was noodzakelijk om op technologische evoluties, waaronder het toenemende gebruik en belang van e-mails, te kunnen inspelen.
Sinds 1 november 2020 is ons bewijsrecht dan ook hervormd.
We lijsten de belangrijkste wijzigingen van deze hervorming voor u op.

  •    Niet-ondernemers: verhoging plafond

    Bij het gereglementeerd bewijsstelsel, het bewijsstelsel dat geldt ten aanzien van niet-ondernemers, wordt het plafond van 375,00 EUR verhoogd naar 3.500,00 EUR.
    In die gevallen is sinds 1 november 2020 een schriftelijke overeenkomst slechts vereist voor het bewijs van rechtshandelingen met een waarde van 3.500,00 EUR of meer.
    In het geval waarin de rechtshandeling zich situeert boven de grens van 3.500,00 EUR zal een e-mail onvoldoende zijn als bewijs, en moet deze alsnog worden aangevuld met een ander wettelijk bewijsmiddel.
    Desalniettemin betreft deze wijziging een belangrijke hervorming met impact op een zeer groot aantal verbintenissen. E-mails zullen immers in erg veel zaken expliciet als bewijsmiddel kunnen worden gehanteerd.

  • Het ondernemingsbewijs

    Verder wordt de vrije bewijsvoering tussen handelaars uitgebreid naar alle ondernemingen, zo ook de vrije beroepers en landbouwers.
    Sinds de hervorming kan het bewijs tussen of tegen ondernemers of ondernemingen vrij geleverd worden, ook voor rechtshandelingen boven 3.500,00 EUR. Daarbij wordt uitdrukkelijk voorzien dat alle middelen van recht aangewend mogen worden, inclusief digitale bewijsmiddelen, zoals een e-mail of SMS-berichten.
    Bovendien is de bijzondere wettelijke bewijswaarde van een aanvaarde verkoopfactuur uitgebreid naar alle soorten facturen, ongeacht de achterliggende overeenkomst (bv. transport, huur, lening…).
    Ook de boekhouding van een onderneming heeft een bijzondere, wettelijk geregelde bewijswaarde.

  • De buitengewone omstandigheden: omkering bewijslast

    Een bijkomende en belangrijke nieuwigheid binnen de hervorming van het bewijsrecht is dat de rechter de bewijslast kan omkeren.
    Het algemene principe is en blijft dat de eisende partij de bewijslast draagt van datgene wat zij aanvoert.
    Sinds 1 november 2020 is echter uitdrukkelijk voorzien dat alle partijen gehouden zijn om mee te werken aan de bewijsvoering en dat in geval van twijfel de partij die de door hem beweerde rechtshandelingen of feiten moet bewijzen (de eisende partij), in het ongelijk wordt gesteld, tenzij de wet anders bepaalt (bv. bij consumenten).
    Maar het nieuwe bewijsrecht gaat zelfs nog verder. Sinds de hervorming van het bewijsrecht heeft een rechter de wettelijke mogelijkheid om in buitengewone omstandigheden de bewijslast om te keren en dus soeverein te bepalen op wie de bewijslast rust. De rechter dient zijn beslissing wel concreet en met bijzondere redenen te motiveren. Een omkering van de bewijslast kan overigens enkel wanneer de rechter alle nuttige onderzoeksmaatregelen heeft bevolen, erover gewaakt heeft dat alle partijen meewerken aan de bewijsvoering, maar daarbij vaststelt dat er onvoldoende bewijs wordt geleverd. Deze nieuwigheid betreft dan ook eerder een allerlaatste hulpmiddel om discussies in de rechtbank niet eindeloos te laten aanslepen.

  • Inwerkingtreding

    Het Boek 8 ‘Bewijs’ trad in werking op 1 november 2020.
    Voor alle overeenkomsten gesloten voor 1 november 2020 geldt het oude bewijsrecht. Voor alle procedurele aspecten (bewijslast, medewerking aan bewijslast, bewijsrisico…) geldt onmiddellijk vanaf 1 november 2020 het nieuwe bewijsrecht.
    Voor het bewijs van een overeenkomst gesloten tussen niet-ondernemingen voor 1 november 2020 en met een waarde van bijvoorbeeld 2.000,00 EUR is dan ook nog steeds een ondertekend geschrift nodig, terwijl voor overeenkomsten met een dergelijke waarde gesloten na 1 november 2020 dit niet langer noodzakelijk is, en een e-mail bijvoorbeeld voldoende kan zijn.

Op naar een e-mailloos bestaan in 2021?

De hervorming van het bewijsrecht is dan ook een stap in de goede richting. Zeker rekening houdend met het toenemende belang van digitale communicatiemiddelen, waaronder e-mails.
Sinds 1 november 2020 kunnen e-mails tussen niet-ondernemingen in alle rechtshandelingen tot en met een waarde van 3.500,00 EUR als bewijsmiddel worden gehanteerd.
Tussen ondernemers en ondernemingen wordt thans uitdrukkelijk voorzien dat alle middelen van recht mogen worden aangewend, inclusief digitale bewijsmiddelen.
Naar onze mening zullen e-mails niet onmiddellijk in belang inboeten.
Een uitbreiding dan wel een verplichting van de e-mailloze vrijdagen lijkt ons dan ook nog niet onmiddellijk aan de orde.
Maar zeg natuurlijk nooit nooit.

Gerelateerd

Verdwijning van het begrip 'goede huisvader'

U had het misschien al gelezen, maar het begrip ‘goede huisvader’ zal uit het Belgische recht verdwijnen. In 2014 verdween het begrip reeds uit het…

Duurzaam contracteren: een pleidooi voor de aanhef van de overeenkomst

Advocaten en juristen putten zich bij het opstellen van een overeenkomst uit in het bedenken van de meest onwaarschijnlijke scenario’s om zich vervolgens af te…

Ja maar, ik was alleen pro-forma bestuurder in de vennootschap!

In een procedure waar de aansprakelijkheid van de bestuurder aan de orde is, wordt nog al eens als verweer aangevoerd door een bestuurder dat hij…